De uienvlieg en de bestrijding ervan is en blijft één van de grote uitdagingen in de uienteelt. Het middelenpakket krimpt zienderogen, zeker met het wegvallen van het middel Vydate vorig jaar. Dan rijst de vraag: is een succesvolle beheersing en bestrijding van de uienvlieg nog wel mogelijk? Uien magazine maakte de balans op met Nemacontrol, Groene Vlieg, BASF en Koppert.
© Uien magazine De Groot en SlotRechts Sanne Graafstra van De Groene Vlieg
Eigenlijk zien we de uienvlieg in alle gebieden toenemen, aldus Sebastiaan ten Napel van Nemacontrol."Voornamelijk in de bestaande gebieden waar de hoge druk al langer bekend is, maar ook in de buitengebieden rond deze 'hotspots' en in de nieuwere gebieden." In de nieuwere gebieden schuilt op termijn het grootste gevaar, zegt hij. „Alleen zie je dit niet direct vertaald in evenredige schade, omdat het jaren duurt voordat de vlieg goed gesetteld is. Maar het is zeker een voorbode van wat er zit aan te komen."
Frank Druyff van Koppert beaamt dit: "Naast de bekende problemen in de Noordoostpolder (NOP) zien we de uienvlieg ook vooral in het noordoosten van het land sterk uitbreiden. Op de lichtere gronden is de fysieke barrière voor larven minder groot om te migreren in vergelijking met zwaardere gronden. Bovendien breidt het areaal uien in deze gebieden zo sterk uit dat er overal wel ergens een uienperceel staat."
Dit is volgens Sanne Graafstra van De Groene Vlieg dan ook één van de belangrijkste redenen voor de uitbreiding van de uienvliegproblematiek. "Bovendien zijn er gebieden waar ondertussen met winteruien, voorjaars- plantuien en zaaiuien bijna jaarrond uien staan. Door die teeltintensiteit neemt de druk sterk toe."
© Uien magazine De Groot en SlotFrank Druyff van Koppert
Krimpend middelenpakket
Met het wegvallen van het granulaat Vydate afgelopen seizoen is het chemische middelenpakket weer wat verder afgeslankt. We merken de laatste jaren dat het wegvallen van de meer effectieve middelen en recenter ook middelen met een mindere, maar toch nog degelijke werking, veel effect hebben op de druk van de uienvlieg in het bijzonder en bodeminsecten in het algemeen, zegt Bert Westhoff van BASF. "Als je in grote gewassen de bodeminsecten onder controle hebt, dan lukt dat vaak ook in kleinere teelten. Maar als de gereedschapskoffer leeg loopt, kan je niet meer alles herstellen."
Monitoring halve werk
Zowel De Groene Vlieg als Nemacontrol monitoren de aanwezigheid en druk van de uienvlieg aan de hand van een signalerings- en waarnemingssysteem. Beide bedrijven benadrukken het belang hiervan. Graafstra:
"Poppen van de uienvlieg ontwaken bij een bepaalde bodemtemperatuur. We volgen die nauwkeurig om te weten wanneer je moet starten met het monitoren van de uienvlieg en om het juiste moment te bepalen om de eerste steriele vliegen uit te zetten om de uienvlieg te beheersen."
Ook voor Ten Napel is goed monitoren een cruciale stap naar een goede bestrijding. "Als er een drempel wordt overschreden, kan worden uitgerekend wanneer de ei-afleg zal plaatsvinden en wanneer de larven actief worden. Op dat moment moet het product er liggen om te kunnen werken." Tevens is de bonenvlieg ook een steeds groter wordend probleem. Deze komt vroeg in het teeltseizoen voor, de monitoring en bestrijding heeft op dat moment dus een dubbel doel / werking.
© Uien magazine De Groot en SlotBert Westhoff van BASF
Juiste bodemtemperatuur
Koppert en BASF beschikken over twee middelen die op basis van insectenparasitaire aaltjes, geïnfecteerd met een bacterie, de uienvlieg kunnen bestrijden. Doordat met levende organismen wordt gewerkt, spelen de weersomstandigheden een grote rol in het succes van de werking. De temperatuur is hierbij een belangrijke factor, aldus Westhoff.
"Onder de 7-8 graden zijn de aaltjes niet actief, terwijl ze ook tussen de 8-12 graden, maar gedeeltelijk actief zijn. De bodem moet dus voldoende opgewarmd zijn, waardoor het soms nodig kan zijn om vroeg in het seizoen nog andere middelen in te zetten."
Daarnaast speelt vochtigheid een grote rol, volgens Druyff. "Aaltjes zijn zwemmers en geen kruipers. De bodem moet dus goed vochtig zijn. Daarom spuit je deze middelen het beste in de regen of erna. Als aaltjes niet goed in de bodem kunnen dringen, drogen ze uit. Je moet deze middelen niet gaan spuiten in de volle zon."
Voorkom populatieopbouw
Vaak wordt vooral gekeken naar de bestrijding van de eerste vlucht, omdat deze voor de meeste schade zorgt, aldus Ten Napel. Maar ook de tweede vlucht kan zeer gevaarlijk zijn en zelfs de derde vlucht moet goed worden aangepakt om populatieopbouw te voorkomen, waarschuwt hij. Dat beaamt ook Westhoff. "Bij controle en bestrijding van de uienvlieg is naast het vermijden van directe schade door wegval het voorkomen van populatieopbouw gedurende het seizoen zeker zo belangrijk. Dat lijkt soms een niet rendabele extra kostenpost voor telers, omdat de tweede en zeker ook de derde vlucht minder schade veroorzaken. Maar iedereen heeft er alle belang bij dat de aanvangspopulatie voor het volgende seizoen zo laag mogelijk is."
© Uien magazine De Groot en SlotLinks Sebastiaan ten Napel van Nemacontrol
Alles uit de kast halen
Hoewel het middelenpakket sterk is gekrompen en biologische middelen nauwer luisteren naar de juiste toepassingsvoorwaarden, zien de bedrijven de bestrijding van de uienvlieg niet somber in. Druyff: "We zien duidelijk dat we met toepassingen op het juiste moment en onder de juiste omstandigheden de eerste vlucht een serieuze tik kunnen geven. Daardoor blijft de uienvlieg beheersbaar. Maar het stopt niet na de eerste vlucht en met één toepassing van een bestrijdingsmiddel. We moeten alles uit de kast halen om de vlieg succesvol te bestrijden."
In gebieden waar de rendabiliteit van de uienteelt onder druk staat, zie je soms dat telers afhaken vanwege de kostprijs, vervolgt Graafstra. "Daardoor wordt de dekkingsgraad van de SIT helaas niet meer gegarandeerd. Terwijl juist de dekkingsgraad zo ontzettend belangrijk is voor een optimaal resultaat. Waar de opbrengsten goed zijn, is het makkelijker om iedereen mee te krijgen. Ook nieuwe telers doen mee of worden door hun collega's aangespoord mee te doen. Zo kan je een gebied volledig coveren en gezamenlijke inspanningen doen."
Uienvlieg is niet een eenmalig probleem van een individuele teler, maar van de hele sector, besluit Bert Westhoff. "Willen we de uienvlieg de baas worden en blijven, dan zijn gezamenlijke inspanningen zeker nodig."
Bron: Uien Magazine, De Groot en Slot